KINO, tien over tien op een vrijdagochtend, een koffie verkeerd en een zaal die nog voor meer dan de helft leeg is. Op het doek verschijnt Agatha, 91 jaar, ergens op een afgelegen boerderij in Manitoba, de Canadese provincie met Winnipeg als hoofdstad. Ze wiedt onkruid, oogst rabarber en repareert alles wat waterdicht moet blijven met ducttape, heel veel ducttape. Ondertussen vertelt ze, zonder er een punt van te maken, over verlies en oude liefdes. Agatha’s Almanac, een documentaire van kunstenaar Amalie Atkins (1975), is heerlijk traag. Het ritme van zaaien, oogsten en inmaken van groenten.
De oude dame doet mij aan mijn oma’s denken. De ene, onlangs overleden, had samen met mijn opa een heel klein huisje en een grote moestuin. Hier werd gezaaid, geoogst, geweckt, en alles wat over was ging mee naar wie er langskwam. Net als bij Agatha. M’n andere oma trof ik toen ik klein was vaak in haar tuintje, voorovergebogen tussen de bloemen, uitgebloeide knoppen plukkend met haar vingers om alles er verzorgd uit te laten zien. Ook achter mijn ouderlijk huis lag een moestuin, die van mijn ouders, waar mijn broertje en ik af en toe mochten helpen. Radijsjes uit de grond trekken. Of rabarber afsnijden, die mijn moeder dan met bakken suiker in de keuken tot moes maakte. Ook deze scènes komen voorbij in de film.
Het is dat ik in mijn vrije tijd al honderd-en-een bezigheden heb die ik heel graag doe, anders had ik mij na het zien van de film direct aangemeld voor een lapje grond met zo’n jaren zeventig tuinhuisje en een groene plastic gieter bij een volkstuinvereniging in de buurt.
De lichten gaan langzaam aan. Agatha heeft afscheid van ons genomen met een zelf gezongen Duits liedje. Terwijl ik een boterham eet, loop ik richting mijn fiets. Het is wat bewolkt maar niet koud. Ik rijd naar het Museumpark. Next stop het Depot.
Steeds meer te zien
Boijmans gebruikt de vierkante meters tentoonstellingsruimte in het Depot steeds beter. Eerste stop die ik maak in het gebouw is bij de tentoonstelling Dagboek der dingen, over de levensloop van kunstwerken, hoe ze geschonken, geroofd, verkocht of verzaagd raken voordat ze in het museum belanden. Adriaen van der Werffs (1659-1722) Diana en Callisto hangt er. Een tafereel met de verbaasde blik van Diana naar Callisto’s buik. Een gevalletje victim shaming avant la lettre. Ook is de Heilige Hieronymus van Van Dyck (1599-1641) te zien. Een indrukwekkend schilderij dat ik al goed ken uit de jaren dat het nog in het museum hing.



Maar het werkje waar ik even blijf staan is een voor mij onbekende ets van Max Klinger (1857-1920). Entführung is plaat negen uit een serie van tien, Paraphrase über den Fund eines Handschuhes. Een fantastische serie platen over een verloren handschoen die in de loop van het verhaal een eigen leven krijgt. Op deze afbeelding wordt de handschoen meegnomen door een soort vogelachtig wezen, dat door een open raam naar buiten zweeft, langs een bos bloemen, terwijl twee handen er nog net naar grijpen. Een surrealistisch beeld.
Het zaalbordje vertelt de geschiedenis van het werk. In 1976 laat het Kupferstich-Kabinett in Dresden weten dat de serie te koop is. De directeur verkoopt de prenten voor buitenlandse valuta die schaars zijn in de DDR, om er in Parijs een paar Picasso’s voor te kopen. Zo komt twee jaar later de ets van de handschoen in de collectie van Boijmans in Rotterdam terecht. Thuis ga ik online de hele serie opzoeken.
Eindeloos kijken
Na de reisverhalen van de kunstwerken ga ik verder naar een zaal waar ik nooit eerder in mocht. De Moveo Art Collection, een particuliere collectie, heeft sinds kort deze tentoonstellingsruimte in het Depot. De openingstentoonstelling ‘Eindeloos Kijken’ is een bloemlezing uit het oeuvre van de Rotterdamse kunstenaar Willem van Veldhuizen (1954-2025). Van Veldhuizen werkte volgens de zaaltekst negen maanden aan een schilderij, waarvan hij zeven maanden alleen maar keek. Zijn werk bestaat voornamelijk uit zeer grote doeken met hyperrealistisch geschilderde museuminterieurs, altijd met een raam op de achtergrond dat weer uitkijkt op een tuin of een skyline.

Het realisme van de werken intimideert en is daardoor voor mij niet aantrekkelijk. Glanzende vloeren die de ruimte verdubbelen, licht dat van buiten naar binnen valt zonder ergens een fout te maken. Geen mens, geen dier, klinisch tot op de centimeter. Het is alsof het een foto is, maar dan net niet helemaal, zoals in een droom die zo echt aanvoelt dat je er wakker van schrikt.
De tentoonstelling waar ik eigenlijk voor kom bevindt zich op de vierde en vijfde verdieping, en ik maak verschillende rondes over de etages om alle trappen in het binnenste van het door Winy Maas (1959) ontworpen gebouw te beklimmen. Ik voel de vertrouwde duizeling van dit gebouw. Vanaf elke verdieping kijk je dwars door alle glazen vloeren, wanden en panelen van het atrium naar de eerste verdieping, omringd door bekende en onbekende kunstwerken.
Let’s-a go!
Pixel Pioneers is de aanleiding voor mijn bezoek vandaag. Het museum kondigt het zelf aan als de eerste grote tentoonstelling van Boijmans die volledig gewijd is aan digitale kunst.
Ik start op de vierde verdieping bij Geert Mul (1965) met Horizons: een werk dat de kunstenaar in 2008 maakte in opdracht van het museum. Meer dan tweehonderd werken uit de collectie, uitgelijnd tot één panoramische projectie die meebeweegt als ik rondloop voor het scherm. Beelden vallen uiteen en vormen zich opnieuw, oude meesters en hedendaagse kunst die in elkaar overlopen. Ik kan mij niet herinneren dat ik het werk eerder heb gezien.
Dan naar de vijfde verdieping, waar het grootste gedeelte van deze tentoonstelling te zien is. Bij binnenkomst zie ik twee oudere bezoekers op een bank en een stoel, gepositioneerd voor buizentv’s, een rode poef, een cassetterecorder, lege bierflesjes en stapels SNES-games. Ze proberen kibbelend uit te vinden hoe een controller werkt.


Dit is The Gaming Room van Larry Achiampong (1984), zijn persoonlijke archief van veertig jaar gamegeschiedenis, opgezet als een huiskamer waar je mag gaan zitten. Dat hadden de twee op de bank wel goed begrepen. Mijn eigen computergame ervaring gaat nog wat verder terug naar een MSX-computer met cassettebandjes waarop de games stonden en een tetris-verslaving toen ik de eerste versie van de Gameboy had gekocht.
In het midden van de ruimte een ander werk. Een lange, smalle gang, met aan beide kanten wandvullende schermen vol beelden van Nintendo’s Mario (“Let’s-a go!”) — herkenbare blokjes, sterren, een kasteel met vlaggen. Het is een werk van Feng Mengbo (1966), die al in de jaren negentig gamecultuur gebruikte om over geschiedenis en macht te praten. Volgens de zaaltekst in het mooi vormgegeven boekje dat ‘mee naar huis mag’ lees ik later dat het een spel is dat door de bezoekers te spelen is. Dat heb ik helaas gemist.
Tarot onder glas
Niet digitaal maar wel interessant is het werk van Suzanne Treister (1958). Zij gebruikt hier de vorm van een tarotdek om machtsnetwerken en technologiegeschiedenis in kaart te brengen — ARPANET, blockchain, Omnicide, als onderdeel van de kaarten De Toren en De Dwaas.

De kaarten worden gepresenteerd op een zwarte muur vol lichtbakken die ieder een vergrote kaart tonen. Zo is de kaart van de Keizer gewijd aan David Bohm, theoretisch fysicus en filosoof, die belangrijke bijdragen leverde op het gebied van de kwantumtheorie, neuropsychologie en de filosofie. Treister geeft hem de kaart van de keizer omdat hij precies op de grens tussen wetenschap en mystiek balanceert, voor mij geen nieuwe gedachte, maar een prettige bevestiging om hier te vinden.
Bij een ronde tafel die voor de muur staat ligt het hele dek nog eens uitgespreid, dit keer als echte kaarten. Onder glas, dat wel — we mogen het niet even uitproberen. Ik ben wel benieuwd tot welke inzichten ik nog meer zou komen als ik een echte tarotlegging zou proberen met deze set.

In de buurt van het werk van Treister staat een ‘robot’ van Nam June Paik (1932-2006) genaamd Internet Dweller: een oude tv-kast, opgebouwd uit printplaten, kabels, kleurenmonitoren en een bos antennes die alle kanten op wijzen. Het doet me denken aan de robots die ik vroeger bouwde, kartonnen dozen met aluminiumfolie en oude printplaten erop geplakt en liefst nog iets met een lampje of een apparaatje dat geluid maakte. Paik maakte een versie die ik nu ook wel in mijn huis zou willen zetten.
De groeten van Armand
Ik ga nog even naar het dak van het Depot om de pixels uit mijn hoofd te laten waaien en te genieten van het geweldige uitzicht. Het waait en af en toe breekt de zon door. Met een fris hoofd loop ik op de terugweg naar de uitgang nog even binnen bij de eerste tentoonstelling die ik vandaag zag: Dagboek der dingen. Eerder noemde ik het werk niet, maar hier hangt ook het portret van Armand Roulin van Van Gogh (1853-1890).

Het is één van de vaste gezichten uit de collectie die ik in het oude gebouw altijd even opzocht. In mijn gedachten groet ik hem als een bekende van wie je niet weet wanneer je hem weer tegenkomt. Dat zou ik bij een digitaal werk toch niet zo snel doen.
Bekijk waar je Agatha’s Almanac kan zien bij Cineville . Ik zag ‘m in Kino.
Dagboek der dingen is te zien tot en met 20 september 2026, Pixel Pioneers (met Horizons) tot en met 13 september 2026, en Eindeloos Kijken tot en met 30 september 2026 — alle drie in het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen.

Geef een reactie